Verzetskrant Trouw

Geschiedenis Trouw is in bloed geschreven

Geschiedenis Trouw is in bloed geschreven

Op 9 augustus 1944 kwamen in het geheim drie vrouwen en elf mannen bij elkaar in een oud Amsterdams grachtenhuis, allen medewerkers van het illegale blad Trouw. De zaak waarvoor zij bij elkaar waren geroepen was er een van leven of dood en de bijeenkomst op deze dag is een der meest dramatische gebeurtenissen geweest van de geschiedenis van het Nederlandse verzetspers.

Bijna een jaar tevoren, in september 1943 waren op het station in Utrecht drie medewerkers van Trouw door verraad gearresteerd, één ontsnapte, één werd bevrijd, de derde bleef in arrest. De SD'er Gottschalk werd met het onderzoek belast.
Gaandeweg groeide het aantal arrestanten.
Ze wisten wat hun lot zou zijn: op 5 augustus 1944 werden 23 van hen ter dood veroordeeld.
Met medeweten van zijn chef besloot Gottschalk echter één der gevangenen vrij te laten op voorwaarde, dat deze dan contact zou zoeken met de leiding van Trouw. Als zodanig beschouwde hij de student in de economie Wim Speelman, een verzetsman van het eerste uur, die zelfs reeds in Duitse handen was geweest, maar kans had gezien te ontsnappen.
De vrijgelatene slaagde er in Speelman te bereiken. Hij deelde hem mee. dat de 23 Trouw-medewerkers niet zouden worden gefusilleerd indien Speelman bereid zou zijn schriftelijk te verklaren, dat hij de verschijning van Trouw zou stop zetten.
Wat de SD heeft bewogen tot deze ongewone stap is niet bekend. Maar wie op de datum let mag veronderstellen, dat het er sommige Duitse heren wel iets aan was gelegen een wat zachter beleid te voeren: de geallieerden stonden in Frankrijk gereed door te stoten naar het noorden, de oorlog liep op zijn eind. (ook geloven sommingen dat de Duitsers, ongeacht de uitkomst, niet van de executie zouden afzien. Het veroorzaken van onrust en contrverse binnen in de Trouw organsiatie het beoogde resultaat zijn)
Speelman wilde niet alleen beslissen. Hij riep zijn vrienden bij elkaar. Het ultimatum was op een korte termijn gesteld.

De keus leek niet moeilijk.

Inderdaad, de oorlog liep op zijn eind, zo leek het. Moest men het blad Trouw voortzetten tegen een zo hoge prijs? Er konden 23 jonge mensenlevens worden gered.

De keus was niet moeilijk.

Eenstemmig kwam de vergadering tot het besluit het Duitse ultimatum van de hand te wijzen. Men marchandeert niet over beginselen. Diezelfde avond, woensdag 9 augustus 1944, werden in Vught de vonnissen voltrokken. Wie nu, 23 jaar later, zich afvraagt of dit zware offer de zaak waard is geweest, leze de motivering nog eens na, zoals die destijds is geformuleerd:

Wanneer wij zouden gaan zwijgen, dat wil dus zeggen: zouden capituleren, zouden de Duitsers een enorme overwinning aan het geestelijk front hebben behaald. Wij zouden de mensen, die wij hebben voorgelicht en die wij de weg tot de nationale weerstand hebben gewezen, een dolkstoot in de rug toebrengen.

Trouw was méér dan een periodiek verschijnend blaadje, dat in het geheim van hand tot hand ging, Trouw was een bataljon in het onzichtbare leger achter de linies van de vijand en wie strijdt neemt het risico te sneuvelen. Het blad is op 30 januari 1943 opgericht. Wie Trouw identificeert met vooral het gereformeerde verzet en uit die oprichtingsdatum! zou afleiden, dat deze mannenbroeders vrij laat pas op gang kwamen, begaat een grote fout.
In de lange rij der illegale bladen (er zijn er bijna 1200 verschenen!)heeft Trouw steeds een vooraanstaande plaats ingenomen met op het laatst een oplage van 145.000 en bovendien nog een Trouw-bulletin, dat in januari 1945 dagelijks in 350.000 exemplaren werd verspreid.

De geschiedenis van Trouw is met bloed geschreven. Letterlijk.

Tijdens de oorlogsjaren hebben circa 130 Trouw medewerkers het leven gelaten. 74 daarvan voor het vuurpeloton.

Een ophitsend geschrift. Zo werd Trouw genoemd in de motivering van het Duitse vonnis over de 23 in augustus 1944.

 

 

 

1946-08-09 gefusilleeden trouw herdenking (delpher)

Vanaf de eerste bezettingsdagen bepalen de Duitsers wat de Nederlandse kranten wel en niet mogen schrijven.

Voor de oorlog is Nederland en dus ook de pers verzuild. Maar door het uitbreken van de economische crisis in de jaren dertig hebben mensen steeds minder vertrouwen gekregen in de kracht van de democratie.
Men hoopt dan ook op een nieuwe wind; alles moet eens stevig worden gereorganiseerd, is de gedachte. Een deel van de bevolking, en dus ook een deel van de journalisten, ziet wel iets in de ‘Nieuwe Orde’ van het buurland.

Op 16 mei, een dag na de capitulatie, mogen de kranten niet meer schrijven over militaire aangelegenheden.
De Duitse bezetter wil de Nederlandse pers dienstbaar maken aan de ideeën en plannen die ze met Nederland hebben. Nederland moet een satellietstaat worden van Groot-Duitsland. De pers moet, zoals ook andere organisaties, geleidelijk worden aangepast.
Het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) komt in handen van de bezetter. De bezetter heeft de belangrijkste nieuwsbronnen voor alle Nederlandse kranten onder controle. Het ANP wordt al gauw in de volksmond Adolfs Nieuwste Papegaai genoemd.

Alle kranten hadden in mei 1940 een verklaring moeten publiceren, het zogenaamde Wehrmacht-bericht, waarin ze beloofden loyaal aan de bezetter te zijn. Dagelijks werden de kranten 'gebriefd' hun berichtgeving aan te passen aan wat de bezetter wenste te horen én weg te laten. Voor journalisten die bij deze kranten werkten was er helemaal geen reden om te zeggen: dat moeten we niet doen. Ze beschouwden het blijven zitten niet als collaboratie.
Het Volksdagblad plaatste een eigen versie van het Wehrmacht-bericht: een waarschuwing dat de krant onder gewijzigde omstandigheden verscheen en dat de lezers daar rekening mee moesten houden. De Duitsers reageerden furieus en verboden het Volksdagblad en alle andere communistisch periodieken onmiddellijk. Daarmee was het Volksdagblad het eerste dagblad dat door de Duitsers verboden werd.

Langzamerhand beginnen de meeste journalisten zich bewust te worden van het feit dat ze een sleutelpositie hebben en de bezetter heeft de journalisten nodig om de bevolking te manipuleren. Journalisten moeten kiezen maar velen vinden dat ingewikkeld. Iedereen heeft zo zijn eigen, vaak persoonlijke redenen, om toch nog te wachten met het maken van zijn keuze. Weinigen gaan in het verzet. In de eerste oorlogsjaren stappen slecht 75 journalisten over naar de illegale pers.

De illegale pers in Nederland waren Nederlandse kranten, pamfletten en tijdschriften die tijdens de Tweede Wereldoorlog door verzetsgroepen illegaal werden gedrukt, uitgegeven en verspreid. Het doel hiervan was de bevolking te informeren over en aan te zetten tot verzet of althans een meer kritische houding tegenover de Duitse bezetter.

De ondergrondse bladen hadden aanvankelijk slechts beperkte oplages. Alleen de communistische bladen hadden bij elkaar een veel grotere oplage van ruim 1000 in november 1940 tot meer dan tienduizend in het voorjaar van 1941. Vanaf 1942 namen hun oplages toe.

Trouw verscheen voor het eerst op 18 februari 1943, het eerste nummer heette Oranje-Bode omdat ze de geboorte van prinses Margriet wilden vieren.
In de lange rij der illegale bladen (er zijn er bijna 1200 verschenen!) heeft Trouw vanaf de oprichting een vooraanstaande plaats ingenomen, zowel katholieken, hervormden als humanisten hielpen mee aan het blad, met op het laatst een oplage van 145.000 en bovendien nog een Trouw-bulletin, dat in januari 1945 dagelijks in 350.000 exemplaren werd verspreid.

Duitse pers

De Duitse pers werd al sinds 1933 volledig gecontroleerd door de Duitse overheid. Verdraaide of verzonnen feiten over geweld en discriminatie tegen Duitstalige bewoners van deze landen werden gebruikt als excuus voor de Duitse inval. Zelfs weldenkende Duitsers slikten deze propaganda. De Duitse leraar en oorlogsveteraan Wilm Hosenfeld was in 1938 nog verontrust geweest over een toespraak van Hitler die hij “een grote staatsman, die een groot volk vertegenwoordigt, onwaardig” had genoemd. Na een jaar vol propaganda was zijn kritiek als sneeuw voor de zon verdwenen. “De eisen van de Leider waren aanvaardbaar, bescheiden, en hadden kunnen dienen tot het bewaren van de vrede”, schreef hij in een brief aan zijn zoon over Hitlers zogenaamde vredesvoorstellen.

“Alle verschillen in wereldbeschouwing en politieke overtuiging moeten nu naar de achtergrond worden geschoven. Iedereen moet Duitser zijn en opstaan voor ons Volk.”

Een vergelijking met onze tijd, waarin het…

“grootschalig gebruik van data, vergezeld van manipulatie van online informatie op onder andere sociale media, overtuigingskracht geeft aan eenentwintigste-eeuwse autoritaire ontwrichters in een mate waarvan hun voorgangers in de jaren 1930 slechts konden dromen.”

Met dit in het achterhoofd is de historie beklemmender dan je op het eerste gezicht zou denken en roept het op om ook kritisch naar hedendaagse media en politieke ontwikkelingen te kijken.